top of page
cappadocie-dag2-38.jpg

10 tips voor betere reisfotografie:
Zo maak je beelden die een
verhaal vertellen

Rosa-9.jpg

Magazine of roman?

Ik blader soms door Columbus Travel alsof het een roman is. Niet om mijn volgende reis te plannen, maar om even weg te zijn. Eén van mijn favoriete fotograven, Sabrina Gaudio maakt regelmatig reportages voor het magazine. De beelden van Sabrina,rauw, poëtisch, onverwacht, laten me verlangen naar plekken die ik nooit heb bezocht (en ook niet op mijn verlanglijstje staan). En toch voelt het alsof ik er al ben geweest. Dat is wat goede reisfotografie doet. Het vertelt geen vakantieverhaal. Het wordt het verhaal. 

En dat is exact wat jij ook kan maken, gewoon met je telefoon, als je het anders bekijkt. Deze tips helpen je om beelden te maken die later niet alleen herinneringen oproepen, maar gevoelens. Foto's die je kinderen later niet alleen terugzien, maar opnieuw beleven.

1. Vertel een verhaal
met je beelden

Je kent het vast: je bladert door je vakantiefoto’s, en hoewel ze mooi zijn, voel je het niet meer echt. Je weet nog dat het indrukwekkend was, maar niet hoe het voelde om daar te zijn. De geur, de kou, de stilte. Die glippen je vaak tussen de vingers. Toch kan fotografie dat wel vangen. Niet door lukraak te klikken, maar door bewust te kijken. Door een verhaal te vertellen, met beelden die samen meer zeggen dan 500 onsamenhangende foto's.

Een klein verhaal bestaat vaak uit drie lagen. Niet strikt opgebouwd, maar vloeiend in elkaar overlopend. Neem mijn beelden uit Tirol. Het begint bij het ademen van de omgeving: een houten hut, zwaar hout, lage wolken, herfstbloemen die het nog net redden. Alles ruikt naar kou en nat hout. Dit is geen gladgetrokken Airbnb, dit is een plek met adem, geschiedenis en stilte.

Van daaruit beweeg je dichterbij. Niet richting mensen, maar richting detail. De bevroren sprieten gras tussen dor blad. Het hartje, uitgesneden in een verweerde deur. Een raam met beslagen ruiten en wat oranje bloemen eronder. Die kleine dingen zijn geen versiering. Ze zijn het verhaal. Ze vertellen je: hier was het koud, maar warm vanbinnen. Hier werd gekeken, gelopen, gewacht. Ze vormen het cement tussen omgeving en emotie.

En dan, bijna als vanzelf, komt de mens. Niet als hoofdrolspeler, maar als deel van het geheel. Een man kijkt omhoog tussen steile wanden, met open blik. Niet geposeerd, niet bedacht. Geen glimlach op commando, maar verwondering, echt en onaangeraakt. Alsof hij nog niet weet dat hij bekeken wordt. (nu dit is mijn man en die kijkt al lang niet meer op van de camera)

Dat is het moment waarop alles klopt. Je voelt het verhaal. Je hoeft het niet uit te leggen.

Als je met die blik naar je foto’s kijkt, ga je anders vastleggen. Je denkt niet meer in plaatjes, maar in scènes. In ademruimte, in echo’s, in kleine sporen van aanwezigheid. En het mooie is: dat kan overal. In de bergen, aan zee, bij je eigen voordeur.

Je hoeft geen fotograaf te zijn. Alleen maar iemand die durft te kijken.

Dus ga zelf aan de slag. Maak niet alleen dezelfde beelden. Denk aan het wide shot, vergeet geen details en voeg ze dan allemaal samen. Kies uiteindelijk 5 à 10 beelden van heel je vakantie om je verhaal te vertellen. Meer is er niet nodig.

Tirol-009.jpg
DSC_4568.1.jpg

2. Gebruik wat er is (ook toeristen)

Vroeger wachtte ik eindeloos tot het plein leeg was. Ik stond daar met mijn camera, vol geduld, als een wachter van het perfecte beeld. Een zonovergoten marktplein, een eeuwenoude gevel, alles klopte. Behalve die ene wandelaar, dat ene kind met een ijsje, die fiets die nergens bij hoorde. Ik wilde de stilte vastleggen. De leegte. De rust. Alsof het beeld pas waarde kreeg als het losstond van het echte leven.

Soms wachtte ik zo lang dat het licht verschoof. De zon was niet meer goud maar hard. Mijn kinderen verveelden zich. Het plein liep leeg, en ik drukte af: klik. Een technisch perfecte foto. Zonder ruis. Zonder mens. Zonder leven. Maar toen ik die beelden later terugzag, voelde ik… niets. Het was een decor geworden. Mooi, maar doodstil. Alsof ik een scène had gebouwd waarin niemand ooit iets had beleefd. Nu kijk ik anders. Ik wacht niet meer op leegte. Ik wacht op gevoel.


Ik omarm het onverwachte: de hond die door het beeld loopt, de plastic stoel scheef tegen de muur, de vrouw die haar boodschappentas laat vallen. Ik zoek niet langer naar het perfecte plaatje, maar naar dat ene moment waarin iets gebeurt dat je niet kunt regisseren. Waarin het beeld ademt.

Want het zijn die kleine bewegingen, die menselijke sporen, die maken dat je later voelt: ja, daar waren we echt. Niet de stilte, maar de aanwezigheid vertelt hoe het voelde om daar te zijn. Dus wacht niet tot iedereen weg is. Neem de foto met de mensen.

3. Speel met compositie

Niet alles hoeft netjes in het midden. Sterker nog: daar begint het pas.

De regel van derden is je houvast, verdeel je beeld in negen vlakken, en plaats wat belangrijk is op een snijpunt. Simpel, doeltreffend, bijna altijd goed. Maar daarna? Daarna begint het spel.

Laat je onderwerp eens verdwijnen naar de rand. Zet het bewust links, en geef rechts alle ruimte aan leegte, aan mist, aan het onverwachte. Laat iets net buiten beeld vallen: een hand, een voet, een blik. Juist wat je niet laat zien, trekt aandacht.

Gebruik lijnen als gidsen. Een pad dat het beeld uitloopt. Een waslijn die naar iemand toe wijst. Spiegelingen die iets dubbels laten zien. Schaduwen als fluisterende tegenstemmen in het licht. En soms ja, soms werkt het juist wel om iets pal in het midden te zetten. Omdat het moet. Omdat het klopt. Omdat dat ene gezicht, dat ene moment, niet opzij geduwd mag worden.

Compositie is geen regel. Het is een uitnodiging. Om te kijken. Te kiezen. En te durven weglaten.

Dus experimenteer. Kies eens voor perfecte symmetrie, gebruik de regel van 1/3. Of daag je uit en zoek de gulden snede eens op. Of wees en rebel en gebruik gewoon niets van deze regels en doe gewoon je zin, omdat het goed voelt.

cappadocie-dag2-7.jpg
Tirol-24.jpg

4. Maak je reisfotografie krachtig door details

Ik gebruikte het eerder al: hoe je een verhaal opbouwt met de setting, het detail, de ziel. Maar wat je in die details stopt, maakt het verschil tussen een foto en een herinnering.

Let op de kleine dingen die je normaal over het hoofd ziet, maar die straks precies dát oproepen wat je niet kwijt wilt.

Let op wat jouw kinderen uniek maakt. De te grote trui met chocoladevlekken op de mouw. De gelakte nagels van je kind, half afgebladderd. Die ene knuffel die altijd meegaat, zelfs naar het ontbijt. De plakkerige hand die zich vastklemt aan jouw broekspijp.

Let op het eten. Niet omdat het mooi is, maar omdat het iets zegt. De kaiserschmarrn op een houten tafel. Frieten in een gedeeld bakje op een markt. De koffie uit een typisch tentje in Manhatten.

Let op het geluid dat in beeld zit. Het geritsel van de wind door de blaadjes, het gegiechel van een lach, het geklik van Japanse toeristen of het gekletter van een waterval.

Je hoeft niet alles te vangen. Maar wat je vastlegt, mag echt zijn. Juist die kleine, rommelige, liefdevolle dingen zijn het geheugen van later. Ze vertellen hoe het voelde. Precies zoals het was.

5. Laat je reisfoto's bewegen

Ik heb heb het al gehad over details, over rust, over verstilling. Maar soms zit de ziel juist in de beweging.

Laat ze rennen. Draaien. In het water springen met een gil. Je hoeft die momenten niet te bevriezen om ze te bewaren. Zet je sluitertijd wat langer, laat de beweging in beeld verschijnen als een veeg, een echo, een spoor van wat er net gebeurde.

Want een foto hoeft niet stil te zijn om te raken.


Soms voel je meer in een vage vlek van een draaiend jurkje, dan in een haarscherpe glimlach. Beweging toont energie, leven, vreugde die niet te regisseren valt.

Durf onscherp te zijn. Durf het moment niet volledig te beheersen.

Dus speel eens met die sluitertijd (ja dit kan ook op de meeste GSM's), ga eens helemaal loco.

BYPB-6.jpg
cappadocie-dag2-101.jpg

6. Wissel perspectief

Verander eens van blik. Niet alles hoeft op ooghoogte.

Ga op de grond liggen en zie hoe groot de wereld voor een kind echt is. Of klim ergens op en kijk neer op het tafereel alsof je de stilte van bovenaf observeert. Fotografeer door gras, achter een boom, langs een deuropening (alsof je het moment stiekem ontdekt).

Een onverwacht standpunt trekt je het beeld in. Het maakt het niet alleen spannender, maar ook eerlijker. Je kijkt niet op iets neer, je kijkt mee.

Verhalen worden sterker als je beweegt. Laat je meevoeren in het spel. Zet je knie in het zand. Buig mee over het bordspel. Klem je camera tussen takken. Dan zie je niet alleen wat er gebeurt, maar voel je het ook.

7. Laat licht voor jouw werken

Licht is niet alleen iets wat er is, het is iets wat je kunt gebruiken, buigen, voelen. Je hoeft het niet te controleren, maar je kunt het wel laten meespelen. Soms zacht en flatterend, soms juist fel en dramatisch.

Probeer van alles. Laat je onderwerp net op de rand staan tussen schaduw en licht en zie magie ontstaan. Laat zonlicht door het bladerdek vlekken maken op een tafel, over een gezicht glijden, ... Fotografeer tegen het licht in voor sfeer, of met het licht in de rug voor helderheid.

En als je zin hebt om te spelen: vang de zon als een ster. Maar hoe doe je dat?
Wacht tot het gouden uur (dat zachte ochtendlicht of die warme avondgloed) en laat de zon net achter een randje verdwijnen: een schouder, een gebouw, een berg. Zet je diafragma klein (f/11 of f/16) en je ISO laag. Als je het goed timet, krijg je een zonnetje dat zich als een waaier door je beeld vouwt. Een stille kracht, recht in beeld.

Het mooie aan licht: het is nooit neutraal.
Het geeft sfeer, emotie, richting. En als jij leert kijken, echt kijken, dan gaat licht vanzelf voor je werken.

cappadocie-dag3-77.jpg
website - low res-152.jpg

8. Vergeet jezelf niet in de reisfoto's te plaatsen

Laat je niet wegvallen uit het verhaal. Jij hoort er net zo goed in.

Je kinderen willen later niet alleen weten waar ze waren, maar met wie. En dat ben jij. Niet alleen als maker van de herinnering, maar als deel ervan.

Gelukkig hoeft het niet ingewikkeld te zijn. Hier zijn een paar eenvoudige manieren om jezelf mee in beeld te krijgen:

  • Zet een timer op je camera of telefoon.
    Kies 10 seconden, stel scherp op een vast punt (een steen, een tas, een boom), druk af en loop het beeld in. Herhaal. Lach niet geforceerd. Gewoon zijn is genoeg.

  • Gebruik de zelfontspanner met burst-modus.
    Zo maakt je camera meerdere foto’s na elkaar. Grote kans dat daar een spontaan moment tussenzit, een blik, een aanraking, een lach die ontsnapt.

  • Geef je toestel even door.
    Vraag je partner, je kind, een vriend(in) om ook jou te fotograferen zoals jij hen vastlegt. Niet regisseren, gewoon laten gebeuren. (of net wel eens een geposeerde foto kan ook)

  • Gebruik een afstandsbediening of je smartphone als trigger.
    Veel camera’s en telefoons hebben apps waarmee je vanop afstand kunt afdrukken. Ideaal als je zelf controle wil houden over het kader, maar toch mee in beeld wil zijn.

  • Laat je schaduw verschijnen.
    Soms hoef je niet volledig in beeld. Eén arm, een hand op een schouder, je schaduw over het gras ,ook dat is aanwezigheid.

Wees niet bang om imperfect te zijn. Juist in die rafelrandjes zit de echtheid.
Laat zien dat jij erbij was. Dat jij mee op die picknick zat, in dat koude beekje stapte, meedraaide in het spel. Zij zullen je later in die beelden zoeken. Geef ze de kans je terug te vinden.

9. Denk niet in plaatjes, maar in herinneringen

Niet elke foto hoeft instagramwaardig te zijn. Laat los wat zogezegd 'klopt'. Vraag je liever af: wat wil ik me later echt herinneren? De perfect gedekte picknicktafel, of de chaos vijf minuten later? Het zand in de mond van je peuter? Die ene blik van je kind toen je niet keek, maar je camera wel?

Soms is wat technisch ‘fout’ is, emotioneel raak. Bewegingsonscherpte, uitgesneden gezichten, rommel op de achtergrond, allemaal sporen van hoe het was. Fotografeer wat je voelt, niet alleen wat je ziet. Zet je verstand even uit. Voel de sfeer. Het lawaai, de hitte, de traagheid, de overprikkeling. En druk af. Juist dan vang je het verhaal.

Jouw opdracht:
Kies iedere dag van de vakantie één moment waarvan je denkt: “dit is niets bijzonders.” En fotografeer het toch. De lunchchaos. Het wachten op een trein. Je kinderen die zich vervelen op de achterbank.

Kijk er morgen nog eens naar. Grote kans dat je voelt: ja, dit is precies hoe het was. En dat is genoeg. Meer dan genoeg.

Website - low res-57.jpg
cappadocie-dag1-1.jpg

10. Leg soms ook gewoon je camera weg

De ultieme tip voor vakantiefotografie?
Fotografeer niet alles.

Soms zit het verhaal niet in het beeld, maar in je herinnering. In hoe het rook. Hoe het voelde toen je voeten warm werden in het zand. In dat ene gesprek zonder foto, maar met volle aandacht.

Maak je beelden met liefde, maar leef ook zonder lens. Zorg dat je het niet alleen terug kunt zien, maar ook echt hebt meegemaakt.

Want de mooiste foto’s? Die voelen je kinderen later niet alleen met hun ogen, maar met hun hele lijf. Juist omdat jij er echt bij was.

bottom of page