
Holy shit: wat brandingfoto's voor kleine ondernemers eigenlijk kunnen zijn...

Een handgemaakt potje waar precies één bloem in past. Tussen bloempotten, hondenurnes, kattensnoeppotjes en tassen stond dat kleine ding daar gewoon zijn best te doen om niet op te vallen.
Maar het viel me op en ik bleef hangen.
Niet omdat het perfect gefotografeerd was. Niet omdat er een gestylede vensterbank achter stond of omdat iemand drie uur had nagedacht over de juiste beige achtergrond.
Integendeel. Je zag de liefde die hierin gestoken was, je zag dat er handen aan gewerkt hadden, je zag dat het niet uit een fabriek kwam waar duizend dezelfde dingen van een band rollen.
En ik dacht: die vrouw wil ik fotograferen. Niet haar potten op een rij (al maakte ik die foto ook). Maar haar. Met klei aan haar handen.

Dat Blompje was niet gemaakt voor Instagram
Hanne vertelde waarom ze die kleine vaasjes ooit begon te maken. Haar zoontje kwam naar huis met bloem. Eén bloem. Vandaag deze. Morgen een andere.
Die van gisteren ondertussen half slap op het aanrecht. Dus maakte ze iets waar zo'n bloem in paste. Meer moest dat niet zijn. Geen productstrategie. Geen marktonderzoek. Geen "welk gat in de markt kunnen we nog vullen?" Gewoon een klein probleem uit haar eigen leven waarvoor ze zelf iets maakte. Ondertussen bestaan er grotere versies. Maar dat eerste idee bleef hangen bij mij. Omdat het eigenlijk heel Atelier Beer is.
En misschien ook wel heel erg hoe ik zelf naar fotografie kijk. Het hoeft niet groot te zijn om iets te vertellen. Maandag stond ik in haar atelier Hanne draaide potten en ik liep rond. Dat was ongeveer het hele plan.
Geen lijst van twintig beelden die absoluut gemaakt moesten worden.
Geen:
"Kijk eens even hier."
"Kun je dat nog eens doen?"
"Hou die tas misschien iets hoger."
"En nu eentje lachend."
Ik krijg spontaan jeuk als ik het opschrijf.
Ze werkte. Ik keek. Ze draaide haar klei. Stond recht. Ging weer zitten. Waste haar handen. We praten en lachten.
Concentreerde zich zo hard dat de rest van de ruimte even niet meer bestond. En ergens daartussen klikte ik 1300 keer. Hanne zegt zelf dat camera's en zij niet bepaald een groot liefdesverhaal zijn. Maar dat maakte mij eerlijk gezegd niet zoveel uit. Want haar liefdesverhaal liet ze zien... Zij in haar atelier.

Authentiek? Tuurlijk ...
Een shoot die gaandeweg iets anders werd
Ik ging naar daar om beelden te maken voor mijn portfolio. Dat was het officiële verhaal.
Maar ergens tussen die potten door begonnen we te babbelen. Over muziek. Over dingen maken en de absolute weigering om honderd keer exact hetzelfde te produceren. Bij haar zat dat in klei. Bij mij in foto's.
Over onze kinderen. Over hoe een klein mens ineens kan binnenwandelen en zonder toestemming heel je leven opnieuw kan indelen. Ook je werk. Misschien vooral je werk.
Geen van die dingen stond in een mail vooraf. Gelukkig maar. Want je kunt mensen wel een vragenlijst sturen over hun missie, visie en kernwaarden.
Maar soms zegt iemand tussen twee potten door één zin en denk je: ja. Daar zit je hele verhaal.
Authentieke bedrijfsfotografie is niet doen alsof
Er wordt tegenwoordig nogal snel authentiek op iets geplakt. Een linnen hemd. Een koffiemok. Iemand die héél toevallig lachend uit het raam kijkt terwijl er een camera op twintig centimeter van haar gezicht staat.
Authentiek. Tuurlijk....
Voor mij zit het ergens anders. Het zit in wat er gebeurt wanneer je stopt met bedenken hoe je bedrijf eruit zou moeten zien. En gewoon laat zien hoe het eruitziet.
Niet: Doe alsof je aan het werken bent.
Maar: Werk.
Niet: Pak die pot eens vast en kijk er liefdevol naar.
Maar: Laat mij zien hoe jij elke maandag honderd keer naar diezelfde pot kijkt zonder erbij na te denken.
Niet het beeld dat je bedacht hebt. Het beeld dat er al was.

Holy shit!
De eerste preview stuurde ik dezelfde dag.
Hanne antwoordde: "holy shit!"
Kijk. Daar kan ik iets mee.
Geen uitgebreid fotografisch juryrapport.
Geen analyse over kleurgebruik, compositie of storytelling.
Gewoon: holy shit!
Omdat die middag voor haar waarschijnlijk gewoon had aangevoeld als werken. Potten draaien. Babbelen. Klei overal. En een fotograaf die ergens rondhing.
En dan ineens zien, ah ja. Dit ben ik dus. Niet de versie waarvoor je eerst rechtop moet gaan staan. Niet de ondernemersversie.
Gewoon jij!
Een dag later schreef ze zelf dat ze een supertoffe madam met een passie had leren kennen, dat er veel gebabbeld en uitgewisseld was en dat het, ondanks haar nogal moeilijke relatie met camera's, een van de betere starts van de week was geweest.
Ik neem hem.
Je moet je bedrijf niet groter maken dan het is
Dat bedoel ik niet lullig. Integendeel.
Ik denk dat ondernemers soms zo hard proberen om professioneel over te komen, dat ze precies dat wegwerken wat hen interessant maakt. Alles netjes Alles glad. Alles in de brandingkleur. Je bureau eerst opruimen. Dat kapotte koffietasje wegzetten. Nieuwe kleren kopen.
Je handen wassen. Vooral je handen wassen.
Terwijl Hanne haar handen vol klei misschien tien keer meer over haar bedrijf vertellen dan een perfect afgewerkte productfoto ooit zou kunnen.
Je werk hoeft niet mooier gemaakt te worden om waardevol te zijn. Het moet herkenbaar zijn. Van jou.

Hoe kan zo een mooi verhaal starten uit een verwelkte bloem?
En ja, dat begon met een blompje
Een klein potje. Voor één bloem. Gemaakt omdat een kind bloemen mee naar huis bracht en iemand dacht: daar moet ik iets voor maken.
Morgen is die bloem verwelkt. Overmorgen zit er waarschijnlijk een paardenbloem in. En een paar dagen later iets waarvan niemand helemaal zeker weet of het überhaupt een bloem is.
Het blompje blijft.
Dat vind ik misschien nog het mooiste aan heel dat verhaal. Want dat is ook wat fotografie doet. Niet bewijzen dat alles perfect was. Wel zeggen: dit was er.
Deze handen. Deze plek. Deze rommel. Deze blik. Deze fase van je bedrijf waarin je hier stond, potten draaide en misschien zelf niet eens doorhad hoe schoon dat eruitzag.
Geen groot verhaal verzinnen. Gewoon het kleine moment zien dat het hele verhaal al aan het vertellen was. Niet gestyled. Wel bewijs.
